Geen half werk…

Hubertus_GroteVeld_IMG-20131027-00296_700x264

Vandaag had JHS-Hubertus de jaarlijkse Hubertusviering in de kalender staan. Een volle week eerder dan de internationale viering van de naamsdag van Sint Hubertus, de patroonheilige van Jagers en naamgever van onze jachthondenschool.
Hierdoor hadden we qua tijd een half programma. “Geen half werk…” verder lezen

De kracht van ‘waarom’…

de_groep_img_31981_zww

“Om gek van te worden. Fikkie doet niet wat ik wil, ik begrijp niet waarom en ik krijg duizend en een verschillende en soms tegenstrijdige adviezen”

“Sinds dit jaar heb ik een andere trainer, deze heeft weer een hele andere benadering. Is nu wat ik tot nu toe geleerd heb onzin. Ik begrijp het niet meer.”

“Ik lees iedere keer dat jij naar Bauke kijkt en niet naar de dummy of het vliegende wild. Bij de KNJV willen ze juist dat ik niet naar de hond kijk maar mij focus op de dummy/wild. Hoe zie jij dit?” “De kracht van ‘waarom’…” verder lezen

(Vreemd) wild (opnieuw) leren apporteren…

banner jachthondindepraktijk blur

In de Facebookgroep “Jachthonden in de praktijk” verscheen in de afgelopen dagen een oproep van een (voor)jager wiens jonge hond angst had voor de eend en deze ook niet wilde apporteren. Omdat (nog) niet iedereen op Facebook zit en zeker niet iedereen lid is van de praktijkgroep plaats ik  hier de oproep, mijn reactie en het voorlopige resultaat.
Wie weet heeft u zelf ook suggesties? Zet ze hieronder in een reactie.
Kunnen we allemaal wat leren 😀 “(Vreemd) wild (opnieuw) leren apporteren…” verder lezen

Aan de fiets: even opfrissen…

Vanochtend met Bauke even aan de fiets geoefend. Hadden we een tijdje niet gedaan dus is er veel jeugdig enthousiasme bij Baukmans en moeten we de techniek en de regels even opfrissen.

Nederland, fietsland! Het fietsen wordt ons met de paplepel ingegoten. Eerst puur plezier, op drie, vier en later op twee wielen. Een enkeling waagt het zelfs op één wiel. Je kunt er niet jong genoeg mee beginnen. Behalve met honden…

De reden dat ik nogal veel aandacht schenk aan het fietsen met de hond is dat veel mensen het moeilijk vinden. Wanneer je een jachthond hebt en zeker een staande hond dan is duurvermogen belangrijk. In het najaar moet de hond voldoende uithoudingsvermogen hebben om het in een bietenveld goed uit te houden.
In huis is een hond die regelmatig met de baas even een rondje naast de fiets mag maken ook beter hanteerbaar.

Voorzichtigheid geboden…
De lichamelijke ontwikkeling van een jonge hond vergt van de voorjager een grote mate van voorzichtigheid. Iedereen kent wel de adviezen om jonge honden nog geen trappen te laten lopen. Wij merkten veel minder eenduidigheid als het gaat om het meenemen van je jonge hond naast de fiets. Daarom hanteren we een aantal simpele vuistregels die ons bij onze vorige honden ook goed zijn bevallen.

  • De hond loopt altijd rechts!
  • Tussen 8 en minimaal 35 weken: Bij de fiets is Oké!
  • Tussen 35 weken en minimaal 12 maanden: Aan de fiets is Oké!
  • Vanaf 12 maanden: Aan de fiets kom je verder!

De genoemde leeftijden zijn minimum leeftijden. Later mag altijd. Eerder nooit.

De hond loopt altijd rechts!
Normaliter loopt Bauke altijd links van de baas, ongeacht of we in het veld zijn of gewoon op straat. Op de fiets ligt dat anders. Ik wil de hond aan de meest veilige kant hebben. Dat is normaal gesproken rechts. Aan de linkerzijde zal ik worden ingehaald door andere weggebruikers, rijden er auto’s en vrachtauto’s. Aan de rechterzijde haal ik in, ligt het initiatief bij mij en kan ik er voor kiezen om even in te houden of om met een ruime bocht in te halen. Rechts is dus veiliger.

“Maar dat is toch inconsequent, hond toch altijd links?” Nee dat is niet inconsequent. Bij onze vorige honden heb ik gemerkt dat zij lopen aan de fiets goed onderscheiden van lopen naast de voet. Zolang je hier maar consequent mee bent.

Tussen 8 en 35 weken: Bij de fiets is Oké!
Een fiets is, vanuit het gezichtspunt van de jonge hond, een enorm apparaat. Je zult de hond moeten leren dat een fiets in de handen van de baas te vertrouwen is. Tijdens de vroege periode in de ontwikkeling van de hond krijg je de gelegenheid om dit te doen. Maar let op: alles wat een jonge hond tijdens zijn inprentingsfase leert zal in zijn systeem gebakken zitten. Het is dus ook relatief eenvoudig om de hond een levenslange schrik van fietsen bij te brengen.

Met Bauke ben ik dus begonnen met het stabiel neerzetten van een fiets en de hond er kennis mee te laten maken. Ruiken, voelen. Géén verbale ondersteuning van mij. Hij moet het zelf ervaren. Een paar keer herhalen met een paar dagen er tussen. Op een gegeven moment zal de hond er geen aandacht meer aan besteden. Andere dingen zijn leuker en interessanter. Dit is het moment voor de volgende stap.

Nu gaat de kennismaking een stapje verder. De baas gaat de fiets vasthouden en een klein beetje bewegen. De hond moet in deze stap het vertrouwen krijgen dat de baas bescherming geeft tegen dat enorme monster.
Met Bauke deed ik dat als volgt: Ter voorbereiding zet ik de fiets stabiel tegen een hek, muurtje of heg. Daarna naar binnen, de hond halen voor een blokje om. Eerst even de jonge hond in de gelegenheid stellen om even te plassen of zich te ontlasten. Daarna terug naar de fiets. Deze naderen we van achteren.
Ik hou er van om hier direct een standaard ritueel in te voeren: fiets links, hond rechts. Dus heb ik de lijn van de hond in de rechterhand en met de linkerhand pak ik het stuur in het midden vast. Zachtjes en rustig!, met een hoge(re) stem praten over van alles maar geen commado’s en dergelijke. Als de hond schrikkerig is dan zal ik daar geen aandacht aan besteden. Gewoon rustig doorpraten en even wachten totdat de hond weer rustig is. Als de hond rustig maar wel nieuwsgierig is dan voer ik de fiets aan de linkerkant een klein stukje (al is het maar 10 cm) voorwaarts terwijl ik er voor zorg dat ik geen spanning op de hondenlijn heb. Vervolgens zet ik de fiets weer tegen muur, hek of heg aan en wacht tot de hond rustig is De hond mag best nieuwsgierig zijn maar hij moet rustig zijn. Zodra de hond rustig is negeren we de fiets en gaan we gewoon een blokje om zoals altijd. Ook bij terugkeer negeer ik de fiets en ga met Bauke naar  binnen zoals altijd. Later en zonder hond haal ik de fiets weg.

Twee dagen later herhaal ik het hele proces en probeer de afstand waarop ik de fiets aan de hand meeneem steeds een stukje te vergroten. Is de hond toch van een vallende fiets geschrokken? Terug naar het begin van het hele proces en opnieuw opbouwen!

Dit ritueel blijf ik met een zekere regelmaat herhalen totdat de hond negen maanden oud is. Op een gegeven moment gaat de fiets aan de hand mee tijdens het blokje om.

Let op: In deze fase zit de voorjager NOOIT op de fiets wanneer hij de hond bij zich heeft.

Tussen 35 weken en 12 maanden: Aan de fiets is Oké!
Als je ervaring hebt in het meenemen van een hond aan de fiets dan zal je kunnen beamen dat het vooral een zaak van techniek is. Deze moet je ontwikkelen en onderhouden.

Heb je de vroege fase gemist? Dan is het zaak om eerst stapsgewijs te ontdekken hoe vrij de hond is om bij een fiets in de buurt te zijn.

De ontwikkeling van de techniek gaat in onderdelen en in fasen.
Eerst maar eens de onderdelen:

  1. Opstappen en starten;
    Doel is dat de hond rustig naast de fiets blijft zitten als de voorjager opstapt en de fiets in beweging zet.
    Ik train dat met Bauke door als voorbereiding, nog voordat ik de hond bij me heb, de fiets klaar te zetten met de linkerzijde tegen een muurtje, hek of heg.
    Bij het aanlijnen maak ik van de sliplijn (als je voor de hond staat en naar zijn kop kijkt) geen ‘p’ maar een ‘q’. De hond gaat straks immers rechts van mij lopen. Ik lijn de hond ook hoog aan, net achter de oren. Ik wil namelijk maximale correctie met minimale kracht hebben.
    Met een aangelijnde hond loop ik naar mijn fiets, ga daar naast staan zodat ik het midden van het stuur makkelijk met mijn linkerhand kan pakken. Vervolgens laat ik de hond zitten. Ik wacht tot de hond rustig zit. Dan pak ik de fiets en, zolang de hond rustig zit, zwaai ik mijn been over het zadel maar blijf boven de stang staan. Ik wacht weer tot de hond rustig zit. Dan haal ik met mijn linkerbeen de trapper naar boven zodat ik eerst me linkerbeen kan afzetten en mijn rechterbeen heb om de hond te beschermen tegen de fiets. Wanneer de hond enige tijd rustig naast me zit zeg ik Kom!, en zet ik af. In het begin ga ik direct remmen omdat Baukmans me voort zal willen sleuren. Vrijwel direct hierna het commando Zit! Wanneer de hond weer rustig zit stap ik af en beloon ik, mits de hond nog zit, de hond. Vervolgens lijn ik de hond van ‘q’ naar ‘p’ om en ga ik een normaal blokje om.
    Het belangrijkste principe is rust. Wanneer de hond rustig blijft zitten wanneer je opstapt en start kunnen we verder.
  2. Lopen naast een bewegende fiets;
    Doel is een hond die, in gestrekte draf,  rustig aan de rechterzijde naast de fiets loopt zonder naar voren en achter te trekken.
    Je bent opgestapt, de fiets is in beweging. In het begin zal de hond direct enthousiast gaan sleuren want: “Joepie, de baas kan me eindelijk bijhouden…”Ik begin dus direct te remmen. Het credo is remmen, remmen, remmen. De hond krijgt géén beloning voor het sleuren. Als hij niet meer trekt, beloon je met hoge stem en ga je vooruit. Zodra er weer getrokken wordt: een verbale bestraffing en remmen! In het begin doe je dit totdat de hond tot twee keer toe (ook al is het maar héél even) naast de fiets loopt zonder te trekken. Daarna is het klaar. Fiets aan de hand meenemen of veilig achterlaten en later ophalen.Let op: laat de hond NOOIT met z’n kop voorbij de as van je voorwiel komen. Je kan dan heel slecht een rechterbocht maken. Ook kan hij je dan onderuit lopen door linksaf te gaan. Gewoon de lijn kort genoeg houden. Laat de hond ook NOOIT zover afzakken dat de kop voorbij het zadel komtWanneer dit zo goed gaat dat je zelf ook een aantal trappen kunt fietsen is het zaak om te letten op het tempo van de hond. Ik wil graag het gangwerk (de manier van lopen)  én het duurvermogen van de hond ondersteunen. Daarom kies ik er voor om de hond niet harder te laten lopen dan gestrekte draf. Dit is het tempo dat de hond heeft nét voordat hij in galop wil gaan. De hond ontwikkeld een mooie evenwichtige tred en wanneer hij ouder is dan 1 jaar zal hij ook z’n snelheid in gestrekte draf ontwikkelen.
    Zodra de hond dus de neiging heeft om in galop te gaan: remmen! Daarna heel behoedzaam snelheid weer te laten toenemen. Dit is echt pielen op de strekkende meter en vergt veel geduld. Maar als dit eenmaal lukt dan zal de hond soepel naast je lopen. Ik merk aan Bauke altijd dat hij even door z’n trek en sleurfrustratie heen moet om vervolgens te genieten van de snelheid.Nu is het voor de voorjager zaak om zelfbeheersing te tonen. Het gaat immers zo lekker. Er ligt echter gevaar op de loer: Bij de jonge hond breng je al snel schade toe aan gewrichten en spieren. Bij honden van alle leeftijden heb je in no-time de voetzooltjes tot op het rauwe vlees afgesleten. Denk er altijd aan dat hij ook nog terug moet!
  3. Stoppen en afstappen;
    Doel is dat de hond rustig vaart vermindert en naast de fiets gaat zitten als de voorjager afremt en van de fiets afstapt.
    Met Bauke train ik dit als volgt: wanneer ik wil gaan stoppen kondig ik dat verbaal aan door eerst rustig Hoooooo! te roepen en vervolgens te remmen. Tijdens het remmen herhaal ik het Hoooooo! totdat we bijna stil staan. Dan krijgt de hond het commando Zit! Zodra de hond zit verbaal en met een aai belonen. Let op: de hond moet daarbij wel blijven zitten. Doet deze dit niet dan zal je merken dat je als voorjager minder stabiel bent met een fiets tussen de benen. Bij mijn eerste hond ben ik wel eens onderuitgetrokken!
    Vervolgens starten we weer, fietsen een paar meter en stoppen weer. Een paar keer herhalen en het muntje moet vallen.
  4. Maken van een rechterbocht tijdens het lopen naast de fiets;
    Doel is de hond die zonder trekken en extreem uitzwenken volgt wanneer de baas op de fiets een bocht naar rechts maakt.
    Techniek is op zich redelijk simpel. Lijn kort houden zodat z’n kop ongeveer ter hoogte van je stuur is. Dan, zoals wielrenners dat ook doen, de linkerpedaal naar beneden en daar het meeste lichaamsgewicht op zetten. Met je rechterknie een beetje naar buiten om de hond iets meer op afstand te krijgen. Vervolgens rustig de wending naar rechts inzetten. De hond kan de eerste paar keren in de noodrem gaan wanneer hij het voorwiel naar zich toe ziet draaien. Goed op voorbereiden en rustig blijven. Desnoods de hond even laten zitten om rustig te worden en overnieuw beginnen.
  5. Maken van een linkerbocht tijdens het lopen naast de fiets.
    Doel is de hond die zonder trekken en extreem uitzwenken volgt wanneer de baas op de fiets een bocht naar links maakt.
    Techniek van de linkerbocht is ook simpel, Ook hier weer, net als wielrenners, op je rechterbeen gaan staan. Hierdoor breng je het zwaartepunt lager en ben je stabieler. Vervolgens zet je de bocht naar links in en, als de hond niet direct volgt, geef je met een paar kleine rukjes aan de riem aan dat er opgelet moet worden. Hier is het risico dat de hond zo dicht op de fiets komt lopen dat hij een pedaal in de ribben krijgt. Ook hier weer op voorbereiden en rustig blijven.

Deze techniek ontwikkel je langzaam, stapsgewijs in fasen. Gedurende minstens 7 maanden doorloop je de ontwikkelfasen:

  1. Dicht bij huis: Opstappen en afstappen
  2. Dicht bij huis: Opstappen, starten, lopen in rechte lijn naast de fiets, stoppen en afstappen
    Doe dit bij voorkeur op een verlaten parkeerterrein met niet teveel verleiding voor de hond. Het is al ingewikkeld genoeg.
    Denk er aan dat het om de techniek gaat en niet om de afgelegde afstand.
  3. Dicht bij huis: Opstappen, starten, maken van een linkerbocht, stoppen en afstappen
  4. Dicht bij huis: Opstappen, starten,  lopen in rechte lijn naast de fiets, maken van een rechterbocht, stoppen en afstappen.
  5. Het dagelijkse blokje om maar nu aan de fiets
    Ik train dit met Bauke nooit meer dan 1 keer per week. Als ik 1 keer per maand haal dan is het veel. Is het langere tijd geleden sinds we gefietst hebben dan zijn de eerste 5 tot 10 minuten even doorbijten. Hij wil dan stelselmatig te snel, veel te snel. Ik ben dan dus 5-10 minuten alleen maar aan het remmen en het corrigeren.

Denk er aan: de hond is in de groei. We gaan NOOIT verder dan de afstand die je tijdens een normaal rondje zou lopen! Gaat je route over (vers) asfalt met een splitlaag of over een schelpenpad? Controleer dan regelmatig de voetkussens van je hond. Bij een jonge hond zit er nog nauwelijks eelt op en zit je zo op het rauwe vlees.

Vanaf 12 maanden: Aan de fiets kom je verder!
Zodra de hond 1 jaar oud is ga ik de afstand heel erg langzaam uitbouwen. Het eerste jaar (dus tot de hond 2 jaar oud is) ga ik niet vaker dan 1 keer per week. Ook spieren van een hond hebben herstel nodig om sterker te worden.

Het is belangrijk om goed naar de manier van lopen van de hond te kijken. Als het lekker gaat dan is hij in balans. In gestrekte draf onstaat er snel een ritme dat de hond lang vol kan houden. Maar soms zie je een onbalans of een onrustige loop. Vaak zal de hond zich dan even moeten ontlasten. De inspanning werkt laxerend. Het kan echter ook een doorntje, steentje o.i.d in een voetkussen zijn. En denk er aan: de hond moet ook nog terug. Fiets dus nooit door totdat je hond vermoeidheid begint te tonen.

In warm weer fiets ik alleen vroeg in de ochtend of tegen zonsondergang met Bauke. Dan is de luchttemperatuur laag genoeg voor een stevige inspanning. Zeker voor een jonge hond.
Denk er in de avond aan dat asfalt en donkere verharding in de zomer vaak nog erg warm zijn. Warme voetzolen zijn kwestbaar!

Tip: ontmoeting met loslopende honden
Wanneer ik met de hond aan de fiets, langs een of meer loslopende honden kom zal ik proberen om gewoon door te fietsen en Bauke met korte rukjes focus op de weg voor ons te laten houden. Als de loslopende hond de achtervolging inzet stop ik. Ik laat Bauke zitten. Vaak is dan de achtervolgingsprikkel verdwenen, het baasje van de achtervolger wakker en kan je snel weer verder. Desnoods stap ik af en leg mijn fiets neer om de ontmoeting te voet af te ronden. Het is wel zaak om rustig te blijven. Je hebt er niets aan wanneer je hond om je heen gaat springen terwijl jij nog een fiets tussen de benen hebt.