Zweetwerk blok 3: leer lezen!

Zweetwerktraining blok 3

De derde groepstraining voltrok zich vandaag in enigzins winterse sferen. Vrijwel de hele training dwarrelden er witte vlokken omlaag. Voor iedere hond was er een spoor van 300-350 meter gelegd door de bikkels die vandaag vroeg opgestaan waren. De aanpak was weer wat completer dan de vorige keren…

Met z’n allen…

We zouden met alle honden een route lopen langs alle 7 startpunten waarbij er steeds één aan de slag zou moeten. Dat zorgde wel voor iets minder rust dan wanneer ze in de auto zouden blijven. Nu kon dat niet anders. Net als een aantal andere viervoeters was Bauke er onrustig onder. Steeds werd hij ergens met de andere honden afgelegd en zag hij de baas met de hele groep verdwijnen in een bosperceel.

zweet_20160214_133309_650x285

Op het spoor: leeswerk…

De aanschotplaats was steeds gemarkeerd met een zogenaamde ‘breuk’. Dat was nieuw ten opzichte van de vorige keren. We moeten leren om de breuk te ‘lezen’, welke informatie krijgen we? Omdat het hier om een ‘standplaatsbreuk’ gaat ‘lezen’ we de aanschotplaats en de vluchtrichting van het wild.

zweet_20160214_133345_650x221

Iedereen krijgt de gelegenheid om ‘het geweer’ te ondervragen over de omstandigheden op het moment van schot. En we krijgen nog wat extra informatie: we moeten letten op de verwijspunten en er zitten twee rechte (90 graden) haken in met op de haak een wondbed.
Het spoor is niet al te rijk gestempeld en een paar uur oud.

Natuurlijk eerst het vaste startritueel, de zweetriem heb ik al afgedokt terwijl we naar de aanschotplaats lopen. Ik neem ruim de tijd om het wondbed te onderzoeken en om vervolgens Baukmans de zweetlijn om te doen. Dit omwille van de rust. Daarna rustig de handschoenen aan (jaja!).
Ik neem Bauke rustig en hoog aangelijnd mee naar de aanschotplaats. Hij had al naar mij zitten kijken tijdens mijn onderzoek en doet nu zelf onderzoek. Ik zie hem vertrekken en laat de lijn rustig slippen. Bij Bauke betekent dit ‘vol in de remmen’, de handschoenen komen direct van pas.

Bauke gaat best goed, op een paar lastige momenten moet ik er aan denken vooral afstand te houden: Bauke moet het zelf oplossen. Da’s lastig voor de baas, ‘oude gewoontes’ moeten echt afgeleerd worden. Zo mis ik kennelijk verwijspunten en sta ik onbewust midden in het eerste wondbed terwijl Bauke er achter komt dat hij van het spoor is. Bauke volgde een natuurlijke lijn in het bos en was rechtdoor gegaan. Een aantal ‘volgers’ hadden Bauke het wondbed duidelijk zien verwijzen maar ik had dat gemist. En dus miste ik de gelegenheid om bij het wondbed een herstart te doen.

Na ongeveer 250 meter zien we Bauke, net als een aantal andere onervaren honden, minder geconcentreerd gaan werken. De kop gaat vaker omhoog, ze proberen verwaaiing te halen van van alles behalve het spoor. Het is vochtig weer en dus is het bos doortrokken van allerlei geuren. We zien ook regelmatig een natuurlijke ligplaats van reewild en veel konijnenpijpen. En dus moet er vaker een rustige verbale (nooit met de riem!) correctie volgen: “Nee…, op het spoor!”

En zo verliep onze beurt: Bauke bracht ons bij ‘het stuk’ en ik ben bezig met van alles maar onvoldoende met het ‘lezen’ van mijn hond. En daardoor maak ik het er niet makkelijker op. Omdat ik onvoldoende verwijspunten afroep zou ik in een proefsituatie bij een verdwaling ook niet goed terug op het spoor gezet kunnen worden.

De leerpunten:

  • Rust, rust, een hele tijd niets en dan…., rust!
  • Staat de hond stil, sta ik stil!
  • Riemarbeid: stuurhand moet de lijn op spanning houden. Nooit laten slepen, dus tijdig terugnemen.
  • Trainen op een heel goed gemarkeerd spoor zodat ik absoluut 100% zeker ben of Bauke wel of niet op het spoor loopt.
  • Leer lezen:
    • kijk voortdurend wat de hond op het spoor doet en markeer die plekken waar hij nét even iets meer aandacht voor heeft.
    • leer welke informatie we via breuken krijgen
  • Afroepen: alles wat ik onderweg zie aan verwijspunten, wondbedden etc. altijd aan de keurmeester aangeven. Alleen zo krijg ik ‘herstelpunten’.
  • De hond de tijd geven om verwijspunten ook te verwijzen door niet te kort achter de hond te lopen en het tempo te remmen.
  • Tijdens de training alert zijn op verwaaiing zoeken met een hoge kop: rustig verbaal corrigeren.
  • Routine bij baas en hond opbouwen: vaker trainen en korte en lange sporen elkaar laten afwisselen.

Mooi werk…

Werken op het rode spoor is een van de spannendste dingen die ik ooit met mijn honden heb gedaan. Natuurlijk is het veldwerk vóór het schot ook spannend omdat het zo onvoorspelbaar is. Maar bij het zweetwerk moet het echt aan beide einden van de zweetriem kloppen. En zweetwerk met een staande hond vergt aandacht voor de nazoek houden terwijl er ook veel afleidende verwaaiing is. Dat in dit geval de baas een steilere leercurve heeft dan de hond maakt het ook uitdagend. En dat is mooi….

Geef een reactie