Zweetwerk-blok 1: Je kop er bij houden…

van zweetconcentraat naar bruikbaar bloed

We zijn begonnen met het leren van een hele nieuwe discipline: zweetwerk. Het opsporen van gewond wild ofwel ‘het werk op het rode spoor…’. Onder begeleiding van een zeer ervaren zweethondengeleider, jager en zweetwerkkeurmeester zetten we de eerste stappen en gaan we de komende maanden aan de slag.

Na de eerste groepstraining gingen we naar huis met  tips voor het materiaal, huiswerk en de waarschuwing om het eerste blok héél serieus en consequent aan te pakken. We zouden de basis leggen waar we bij moeilijkheden of een terugval snel en effectief op kunnen terugvallen.

Het materiaal

Voor het (trainen) van zweetwerk heb je tenminste ‘zweet’ nodig. We kregen de tip om te trainen met runderbloed. Daar was in de laatste twee weken van het jaar erg lastig aan te komen. Onze lokale slager en een bevriende slager waren vooral bezig met de voorbereiding op de piekperiode rond de feestdagen. Ze stonden, begrijpelijk, niet te wachten op die man die een emmertje runderbloed nodig had. Geen probleem: bij onze huisleverancier hebben we een potje zweetconcentraat gehaald. Dit is gesproeidroogd bloed van schaalwild dat in de juiste mengverhouding met water prima bruikbaar ‘zweet’ oplevert.

En natuurlijk moest er ook een zweetlijn en een zweethalsband komen. En markeerband om een uitgezet spoor te markeren.

De theorie

Het zweetwerk, de nazoek op gewond schaalwild, is een discipline met vaste gebruiken, eigen termen en een specifieke trainingsaanpak. En dus verdiep ik me ook in het cursusboek, andere literatuur en een massa YouTube filmpjes.

Opdokken of opzouten

Een van de dingen die de baas moet leren is het opdokken van de 10 meter lange leren zweetlijn. Dit is niet een kwestie van theorie uit het hoofd leren. Dit is vooral een kwestie van doen. En dus gaat er vrijwel geen dag voorbij of de zweetlijn moet even af- en opgedokt worden. Gelukkig boden de websites van Ralph Bosch  en Zweethondenstation “De Peel” wat houvast.

De opgedokte zweetlijn | tekening: F. Laübe

Waarom ingewikkeld doen? Het opdokken van de zweetlijn zorgt er voor dat de lange leren lijn:

  • in een prettig hanteerbaar formaat meegenomen kan worden;
  • snel inzetbaar is zonder risico op in de knoop te raken;
  • in opgedokte toestand bruikbaar is om een hond aangelijnd te hebben.

In de tekening van de duitse kunstenaar Fritz Laübe zien we de opgedokte lijn met aan de ene kant de zweethalsband en aan de andere kant een draaglus waardoor de lijn over de schouder gedragen kan worden. In deze vorm is de lijn ook volledig functioneel. Je kunt er (in geval van nood) gewoon een hond mee aanlijnen. Door meer of minder slagen af te dokken kan de lijn korter of langer gemaakt worden.

Conditionering

Het eerste trainingsblok staat vooral in het teken van conditionering: het (beginnen met het) aanbrengen van vaste patronen. Later zullen we deze steeds verder gaan ‘inslijpen’ totdat alles ogenschijnlijk vanzelf gaat. En het mag duidelijk zijn dat het nu gaat om de conditionering van zowel de baas als de hond 😀 . Er moet tenslotte door ons allebei een nieuwe routine aangeleerd worden.

Het trainingsdoel voor het eerste blok is het conditioneren van ‘de neus op het spoor’ zodra het commando ‘Zoek de Bok!’ klinkt. We doen dit door 7 dagen achtereen, iedere dag dezelfde serie van oefenpatroontjes af te laten zoeken. En iedere keer verloopt dit volgens een vast ritueel.

Trainingslocatie

Het trainingsblok begint met het zoeken naar een locatie waar:

  • we gedurende zeven dagen, dagelijks zonder terreinverstoring kunnen werken;
  • er een redelijk lage grasachtige begroeing is;
  • we niet gestoord worden door personen en andere honden;
  • we geen wissels in de vrije wildbaan hebben;
  • we makkelijk kunnen komen;

De locatie was vlot en redelijk dicht bij huis gevonden.

Locatie zweetwerk trainingsblok 1

De oefenpatroontjes werden uitgezet en gemarkeerd met het rode markeerlint (zie rechtsonder op de foto in het cirkeltje) zodat ze ook voor de baas terug te vinden zijn.

Vast dagelijks ritueel

Het vaste ritueel begint bij de baas. Er moet immers oefenpatroon komen, daarvoor hebben we zweet nodig. En dus beginnen we steeds met het aanmaken van trainingszweet uit het zweetconcentraat. Vervolgens gaat de baas, zonder Bauke, op de fiets naar de trainingslocatie om de oefenpatroontjes in gereedheid te brengen. Daar hoort ook de lekkernij bij die we als positieve bekrachtiger bij de conditionering gebruiken.

Daarna terug naar huis om de hond te halen. Met Bauke aan de fiets rijden we eerst even naar veld waar hij zijn behoefte kan doen. Dan gaan we naar de trainingslocatie.
Grappig om te zien dat de conditionering al tijdens het aanrijden lijkt op te treden. Bauke weet na een paar dagen wat er gaat gebeuren en krijgt naast de fiets, steeds meer haast 😉

Op de trainingslocatie aangekomen benader ik de trainingspatroontjes met de wind in de rug. Op vijf meter afstand moet Bauke zitten om toe te kijken hoe ik ter plaatse de grond aandachtig onderzoek. Hierna mag Bauke de oefenpatronen afzoeken.

Voortbouwen op de basis

Aan het einde van de eerste week zijn de oefenpatroontjes uitgebreid met uitlopertjes. Deze spoortjes lopen over tientallen meters van oefenpatroon naar een plek waar de allerlekkerste beloning te vinden is.

Terugkijken

Een eindje van het eerste trainingsblok zijn de zeven aaneengesloten dagen achter de rug. De hond loopt ook uitlopertjes. Ik heb Bauke zich met sprongen zien ontwikkelen. Aandacht voor het veld en verwaaiing moet plaatsmaken voor aandacht voor de grond. Dat wat eerst (bij het werk vóór het schot) absoluut niet mocht (neus aan de grond) moet nu juist precies andersom. Nee, niet die neus omhoog om maximaal verwaaiing uit het veld te krijgen.

Het startritueel zit er eigenlijk best goed in. Bauke zit rustig te kijken hoe ik ‘de aanschotplaats’ onderzoek maar wil enthousiast aan de slag zodra hij daartoe opdracht krijgt.

Er zijn op dit moment twee uitdagingen die aandacht behoeven:

De eerste is vertrouwen op het spoor. We zien Bauke als hij het spoor bijster is nog af en toe de neus omhoog steken om proberen verwaaiing te halen. Door rustig het spoor weer aan te wijzen gaat dit steeds beter.

Een meer hardnekkige uitdaging is passie en snelheid. Als het aan Bauke ligt dan gaan we als een speer op het spoor. En dus moet de baas heel beheerst afremmen en rust er in brengen. Dat is in het begin best lastig omdat Bauke frustratie laat zien. De kunst is dus om er wel heel veel rust in te brengen maar ook voldoende motivatie over te houden om het spoor uit te werken.

De uitdaging voor de baas is om zowel oog te hebben voor het spoor als voor de hond.

Maar we boeken progressie, het is uitdagend en zowel baas als hond leren een boel. We moeten allebei de kop er bij houden.

Volgend weekend hebben we weer een groepstraining. Leuk, zin in!

 

Geef een reactie